De dood vormt een universele en onvermijdelijke grens. Ze is een vergezicht dat vaak onaangenaam en confronterend is. In het dagelijks leven wordt de dood dan ook regelmatig aan het oog onttrokken. We lopen haar niet tegen het lijf in onze beslommeringen en we verhullen haar, al dan niet bewust, in het landschap. Toch staat de dood op een dag voor de deur en houdt het leven, zoals wij dat kennen, op te bestaan. De dood brengt een einde of een onomkeerbare overgang. Niemand is ooit teruggekeerd uit de dood om het leven weer als vanouds op te pakken.

Hoewel de dood een onvermijdelijk onderdeel van het leven is, begrenzen we haar voortdurend. We bakenen de dood af en creëren bijzondere plaatsen voor onze doden. Wat vertellen deze grenzen over onze omgang met de dood? En wat geven ze prijs over de levenden?

In het tijdschrift Speling staan dit kwartaal grenzen centraal: grenzen in kunst, sport en literatuur, grenzen tussen leven en dood. Het nummer is prachtig geïllustreerd met het oeuvre van Charlotte Caspers. Meer informatie vindt u via deze link.